De laatste ‘rustplaats’ van Oom Ho

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailfacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

imageHet is de overtreffende trap van wrang. Terwijl de grote Vietnamese leidsman Ho Chi Minh eenvoud predikte en een simpele crematie als laatste wens had, ligt zijn gebalsemde lichaam nu al bijna vijftig jaar in een van de meest protserige  mausoleums die ik ooit heb gezien.

In een lange, tot in detail geregisseerde rij (‘Walk two by two!’) schuifelen we langs de glazen kist, waarin het wasachtige maar o zo herkenbare gezicht extra griezelig wordt door de gele lampen waarmee het wordt aangelicht. Het kenmerkende sikje ligt er keurig bij. Ik probeer me voor te stellen hoe een Vietnamese bediende eens in de zoveel tijd met heilig ontzag de crypte betreedt om de vlassige haren in model te leggen. Precies zoals we ze kennen van de foto’s, de standbeelden, de portretten, de T-shirts, de petjes, de vlaggen, de handdoeken en de sculptuurtjes voor op de schoorsteenmantel.
imageHet mausoleum in Hanoi is pompeus, naar onze maatstaven over the top. Een hele stadswijk is ervoor afgezet. Een kilometer loop je er omheen, waarna jij en je spullen door een security check gaan die ik verder nog nergens in Vietnam ben tegengekomen. Camera’s en elektronische apparatuur inleveren!
De lange weg richting het plein waaraan het dodenpaleis ligt, is overdekt. Om de drie meter hangen boven onze hoofden tv-schermen waarop kennelijk beroemde Vietnamese artiesten de grote daden van Oom Ho bezingen. De snik in hun stem maakt André Hazes postuum jaloers.
Op het plein worden we in strakke rijen gemanoeuvreerd. De uniformen van de militairen zijn inmiddels niet meer lichtgevend groen, maar oogverblindend wit. En er zijn er veel, heel veel. Ze spieden de groepen af op toch nog binnengesmokkelde apparatuur, of ongepast gedrag (handen in zakken, te frivole lach, een luider gesprek dan fluistertoon). De Vietnamese kindertjes beseffen welk heiligdom ze betreden en geven geen kik. Het jongetje van een jaar of acht in de rij voor ons zet zijn pas ongemerkt om in marcheren.
De soldatendichtheid neemt toe naarmate we de marmeren trappen naar het Heiligdom naderen. Er ligt een rode loper, maar hij is van rubber. Op weg naar boven spieden de witte uniformen met schichtige ogen door de rijen. Bij de ingang hebben ze vervaarlijke bajonetten op de loop van hun geweer.
Dan staan we in de zaal waar Ho zijn laatste rustplaats heeft. Op de vier hoeken van zijn praalgraf een militair, op de omgang ernaast nog een dozijn. We hebben gelezen dat iedereen wordt geacht een buiging te maken voor de Vader des Vaderlands, maar daar blijkt niets van. Binnen een minuut staan we weer buiten.
imagePerfect georganiseerd krijgt iedereen zijn camera en apparatuur weer terug. Tijd voor selfies met de zijkant van het mausoleum, of een formele shoot met een van de vele fotografen die hier staan om Het Moment in het leven van de Vietnamees te vereeuwigen.
Naast het complex ligt het presidentieel paleis waar Ho Chi Minh van 1954 tot zijn dood in 1969 woonde en werkte. Als buitenlandse toeristen maken we de fout hem in het gigantische kasteel van Franse architectuur te plaatsen, maar de Vietnamezen weten dat ze links moeten zijn, in de eenvoudige gebouwtjes.

Made with Repix (http://repix.it)
Made with Repix (http://repix.it)

Een slaapkamertje met een hard bed, een werkkamer met een houten bureau, een boekenkastje. Aan de muur portretten van Marx en Lenin. Als er al wat luxe te bespeuren is, dan is het in de garage met de drie automobielen die de president heeft gebruikt. De eerste was een Peugeotje, geschonken door Vietnamese onderdanen in Frankrijk. De andere twee zijn van oerdegelijke Sovjetmakelij, met een jaar tussenpoos geschonken door

de communistische vrienden in Moskou. Het is bijna ongeloofwaardig dat Ho de laatste, een Zis, heeft aanvaard. Het is een gevaarte waarbij onze suv’s in het niet vallen.
imageMeanderend door een al even zorgvuldig aangeharkt park bereiken we de uitgang. Het gewone leven neemt hier zijn loop. Nog voor we het complex uit zijn, doemen de souvenirstalletjes op. T-shirts, beeldjes, voor de kinderen uniformpjes in alle kleuren, maar ook uitstallingen met goud, zilver en diamanten.

Zelfs op deze gewijde grond lukt het niet de communistische idealen overeind te houden.

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailfacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

List en bedrog

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailfacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Wat was er eerder, het afdingen of het oplichten? Het is een traditionele kip-ei discussie. Zonder elkaar kunnen ze niet bestaan.
Hoe geweldig Vietnam ook is, het heeft een duistere kant. Alle reisgidsen en blogs waarschuwen ervoor: scams, oplichterspraktijken. Je kunt als toerist geen drie stappen zetten zonder op de korrel te worden genomen door iemand die graag de laatste dong uit je zak wil praten.
Op dit vlak ben ik verre van een zacht ei, maar al bij mijn eerste stappen op Vietnamese bodem bewijs ik het tegendeel. Nou ja, vooruit, bij de tweede, want de visumafgifte loopt gesmeerd. Maar dan.
Met een lach die verraadt dat ik ze door heb, loop ik op de luchthaven van Ho Chi Minh Stad de kantoortjes voorbij die een taxi aanbieden tegen betaling van (extra!) servicekosten. Ik stap buiten zelf op een van de officiële taxi’s af, zie dat hij een meter heeft, stap in en… ga voor gaas.
‘Airporttaxi fixed price,’ zegt de chauffeur en hij laat me een prachtig gelamineerd kaartje zien waarop staat dat een rit naar de stad 30 tot 35 dollar kost. ‘En graag nu vast betalen, want ik moet de tol bij het vliegveld contant afrekenen.’
Zachtgekookt was ik misschien niet, maar wel een ei. Want natuurlijk stap je alleen in een taxi met een meter die ook echt wordt aangezet. Uiteindelijk geef ik hem 30 dollar. De hele weg blijft hij smeken en bedelen om de laatste 5, maar die kan hij op zijn buik schrijven. ‘Fixed price,’ is nu mijn tekst.

image
Het enige dikke aan sommige taxi’s is de rekening

Het tafereel zal de Vietnamreiziger tot vervelens toe blijven achtervolgen. Vooral bij stations en luchthavens ben je overgeleverd aan de taximaffia. Ze spannen (bijna) allemaal samen en houden de gelederen keurig gesloten.
In Hanoi hebben we de pech aan de rand van de nacht het stationsplein op te rollen, uit de nachttrein. De ene na de andere chauffeur weigert ons ‘op de meter’ naar het centrum te brengen. Ze willen 200.000 dong hebben, 8 euro. Pas na veel gedoe vinden we iemand die het voor 120.000 doet. Als we de andere dag terug gaan met een taxi waar de meter wel aan staat, rekenen we 26.000 dong af. 1 euro.
imageZelfs in het openbaar vervoer moet je oppassen. Als we tegen 8 uur ’s ochtends bij een van de officiële busstations van Hanoi aankomen voor een rit naar Halong Bay, roept een vriendelijk knaapje dat we nog net met de bus van 8 uur mee kunnen, als we opschieten. Samen met een Rus stellen we de vraag die elke toerist hier voor in de mond ligt: ‘How much?’
Het knulletje heeft geen tijd. Opschieten moeten we. Terwijl we naar zijn bus lopen, blijven we aandringen. ‘How much!’ Hij graait in zijn zak en laat eventjes een biljet van 200.000 dong zien. Per persoon. Dat is de prijs die je voor een toerbus betaalt, niet voor de streekbus.
De Rus loopt mee, wij zoeken toch maar de kaartverkoop op. Daar kopen we voor 160.000 dong 2 kaartjes voor de bus van 9 uur, want die imagevan 8 uur is net weg. ‘O nee, toch niet,’ zegt de verkoopster en ze schrijft nieuwe kaartjes uit. ‘Loop maar met hem mee’, zegt ze en wijst naar het knaapje van zojuist. Die staat aan het loket naast ons kaartjes te kopen. Voor de Rus en de andere mensen die hij voor 200.000 de bus in heeft weten te praten. Per ticket 120.000 dong winst, dat is een rendement van 150 procent voor het oplichtertje. Als we bij de bus aankomen, verontschuldigt hij zich bij de chauffeur dat wij echte kaartjes hebben. Die zit dus ook in het complot.

De trucs zijn zo wijd verbreid, dat je er paranoïde van wordt. Sommige verkopers kijken ons gek aan als het wantrouwen van onze gezichten druipt bij het horen van een prijs. En we betrappen ons erop dat we soms heibel schoppen over (omgerekend) 6 eurocent.
Maar dan hebben we er toch weer een bij de ballen. ‘Hé’, zegt Annelin in een restaurant in het bergstadje Sapa, ‘bij jou staan heel andere bedragen op de kaart dan bij mij.’ Het klopt. Een biertje kost bij mij 25.000 dong, bij haar 10. Noodles met rundvlees bij mij 149.000 dong (het voor hier schandalige bedrag van € 5,91), bij haar voor 50.
Mijn conclusie is snel getrokken: een aparte prijskaart voor locals. Factor 2,5 voor die stomme toeristen. Als de ober de menukaarten wil meenemen, houden we de goedkope als wapen achter.
Hoe het komt weet ik niet meer, maar ergens slaat de twijfel toe. ‘Wacht eens,’ zegt Annelin. ‘Wat betekent dat Chinese tekentje dat op elke pagina van het menu staat?’ De currency converter biedt snel uitkomst. We hebben het menu met prijzen in Chinese Yuans.

'Wat is dat voor Chinees tekentje daar rechtsboven?'
‘Wat is dat voor Chinees tekentje daar rechtsboven?’

Inderdaad een factor 2,5 (x 1000) verschil. Logisch, zo’n kaart, als je op 30 kilometer van de Chinese grens zit in een gebied waar ook de noorderburen graag een uitstapje maken.
De eigenaar van het restaurant heeft ook nagedacht. ‘Waarom wilden ze die menukaart bij zich houden?’ Nog voor wij iets kunnen zeggen, verontschuldigt hij zich omstandig voor de bezetting vanavond. ‘Vanwege Nieuwjaar is de kok naar zijn geboortedorp, net als de meeste mensen uit de bediening. De service en de kwaliteit zijn misschien niet optimaal geweest.’
Wij schamen ons en geven een dikke fooi.

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailfacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail