Nam

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailfacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Als kind van de jaren ’60 ken ik de oorlog alleen van horen zeggen. Dat was waar de generatie vóór mij het altijd over had. De eerste oorlog die ik enigszins bewust beleefde, was die in Vietnam. Dat was waar mijn generatie het over had. Flower Power als machtig wapen tegen de oorlogszucht van de Amerikanen.

Zeventien jaar streden de VS tegen het communistische gevaar in Azië, maar de oorlog werd uiteindelijk in eigen land verloren. Bij elke aanval met bommen, gif en napalm brokkelde het draagvlak voor de oorlog in Vietnam verder af.

Nu ik voor het eerst in het land ben waar het zich allemaal afspeelde, is het toch een gekke gewaarwording. Vietnamezen spreken over de Amerikanen als de generatie voor mij over de Moffen. In het officiële Oorlogs Herinneringsmuseum in Ho Chi Minh Stad zijn geen vleiende teksten over de VS te vinden. Bij de oprichting in 1975 heette het museum Tentoonstelling van de Oorlogsmisdaden van de VS en zijn Marionetten. De naam is veranderd, de toon van de verstrekte informatie niet.

image
Het voorterrein staat vol met op de Amerikanen buitgemaakte helikopters en gevechtsvliegtuigen, van types die wij kennen uit de vele films die over de oorlog in ‘Nam’ zijn gemaakt.

image

Nam is ook de naam van de gids die ons meeneemt naar Cu Chi. In dat gebied, vlak bij de grens met Cambodja, is tientallen jaren verbeten gevochten tussen de Amerikaanse G.I.’s en de aalgladde strijders van de Viet Cong. Hier ligt nog een restantje van de 250 kilometers tunnels die de VC kunstig groeven om laffe en bloeddorstige guerrilla-aanvallen op de vijand te kunnen uitvoeren. Althans, dat is het verhaal dat ons is verteld.

Nam ziet dat iets anders. ‘Ik ben geboren in 1950 en in 1968 ben ik hier in de tunnels terecht gekomen. Op mijn negentiende was ik tweede luitenant bij de Viet Cong. Dat ik hier nog sta is niet te danken aan de Amerikanen. Elke nacht, jaren achter elkaar, bombardeerden ze onze tunnels met hun B-52’s.’

De tanige gids is streng. ‘Mijn groep hier in een rij staan!’ verordonneert hij bij aankomst bij het tunnelcomplex. ‘Om te wachten op het vuurpeloton?’, grapt een toerist die dan nog niet weet dat hij een echte VC-veteraan voor zich heeft.

image
Alleen op Vietnamees formaat pas je door de ingang

Zodra we dat wel weten, kijken we toch anders naar die koddige reisleider. Bloemrijk, met een verbeten trek om de mond, vertelt hij over zijn dagen in de tunnels. ‘Als je verder dan vijf meter van een luchtgat zat – dood. Als de Amerikanen je zagen – dood. Als je er ’s nachts nog zat als de B-52’s kwamen – dood.’

‘Weet je waar we ’s nachts zaten?’ Hij laat zijn groep minstens vijf minuten gissen. Geen antwoord is goed. ‘In de bossen rond de Amerikaanse basis, kilometers verderop. Dat was de enige plek waar ze niet bombardeerden.’

Bij elk gat in de grond dat hij toont, ondervraagt hij iemand. ‘Waar kom jij vandaan?’ vraagt hij aan een hipster met een ruige baard. Die denkt even na voor hij antwoordt. ‘Ehm… I’m from the United States.’

‘You are American!’

‘Yes, I’m sorry.’

‘How old are you? From what year?’

‘I’am from ’75.’

‘You are from ’75? You know nothing. You don’t know shit.’

Vanaf dat moment is de hipster de pispaal. Als er iemand moet proberen hoe nauw die luikjes naar de tunnels zijn: ‘Where’s the American guy?’ Als iemand moet proberen de loop van een tank tien keer boven zijn hoofd te tillen: ‘Where is he?’ Als het hem met moeite lukt de tien keer te halen: ‘And now with one hand!’ Waarna Nam moeiteloos voordoet hoe je dat doet. Vijftien keer op en neer, daarna nog een keer hoog boven zijn hoofd met één arm. Mochten de Amerikanen nog niet weten hoe taai die VC zijn, dan weten ze het nu.

image
 ‘En nu met één hand!’

Het meest vervreemdende zijn de voortdurende geweersalvo’s die klinken in het dichtbegroeide woud. Het maakt de afschrikwekkende verhalen van de veteraan bijna levensecht. De geluiden blijken niet uit speakers te komen, maar van een speciaal veld naast de museumwinkel. Aan de ene kant kun je snuisterijen kopen, aan de andere kant kogels.

 

‘Kalasjnikovs, M-15’s, de zwaarste mitrailleurs die er bestaan. Hier kun je alles afvuren. Je betaalt per kogel,’ roept Nam. Het loopt storm. Frêle meisjes komen terug van de schietbaan met rode plekken op hun bovenarmen van de zware terugslag. De Britten die de hele weg bier hebben zitten hijsen op de achterbank van de bus, vuren het zwaarste mitrailleurgeschut af. Ze kunnen de kogels niet tellen.

Als Nam voor de vijftiende keer die middag de koppen van zijn groep telt, mist hij er één.

De Amerikaan.

Even zie je een twinkeling in zijn ogen, maar dan gaat hij toch terug naar het slagveld om de verloren zoon te zoeken. Gebroederlijk komen ze terug, op weg naar de bus voor de terugreis.

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailfacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail