













De laatste keer dat ik echt kleding kreeg aangemeten, was dat een schattig jurkje. Heel precies werd het afgespeld om de juiste pasvorm te bereiken. Ik stond op de eetkamertafel van de buren. Buiten voor het raam verzamelden mijn vriendjes zich voor de beste voorstelling sinds tijden.
Het was vrijwilligerswerk. Nou ja, vrijwillig… De familie van onze buurvrouw was geëmigreerd naar Australië en laat Bartje nu net de maten hebben van hun kleindochter downunder. Eerst dacht ik nog dat alleen de maat hoefde te worden genomen, maar nee, de beker moest volledig worden leeggedronken.
Doorpassen heet dat, weet ik nu het ritueel zich de afgelopen 24 uur een aantal keer herhaalde in Hoi An, prachtig oud stadje bij de oude grens tussen Noord- en Zuid-Vietnam. Iedere ervaringsdeskundige had me er al op gewezen dat je hier prima maatkleding kunt laten maken.
Ik kijk dus niet gek op als bij aankomst in het hotel meteen een plattegrondje wordt gegeven met de tailorshop erop. Daar begint mijn misrekening, want Hoi An heeft niet één tailorshop, maar vierhonderd. Er zijn er meer dan restaurants. Getuige de duizenden beoordelingen die ze krijgen op Tripadvisor, gaat het ze voor de wind.
Goed georganiseerd als ik ben, heb ik me vooraf wel geïnformeerd over de gangbare prijzen voor een op maat gemaakt kostuum. Rond de 60
dollar moet lukken. Dollars ja, want zodra de bedragen groot worden, communiceert de Vietnamese middenstander in de munt van de oude vijand. Zestig dollar klinkt aanlokkelijker dan 1,4 miljoen dong.
Zestig dollar, dat is misrekening twee. Ik ken het mooie spel van loven en bieden een beetje en met Annelin aan mijn zijde – de hardste onderhandelaar die ik ken – kan ik heel Hoi An aan.
Maar niet Kimmy. Met grote ogen van verbijstering (‘Denkt deze Hollander nu echt dat je voor 60 dollar een fatsoenlijk kostuum kunt laten maken?) weegt ze af of ze voor de milde of de harde weg moet kiezen. Het wordt de eerste. Heel geduldig legt ze uit hoeveel meter stof er in zo’n pak gaat, hoeveel voering, dat er bij haar écht geen plakpapier in wordt gestreken om het strak te krijgen en noemt ze charmant doch beslist de kleine onvolkomenheden in mijn bouw (echt hele kleintjes, hoor) die ik wellicht toch gecorrigeerd wil zien.
‘En dan wilt u ook nog de duurste stof, 100% wol?’ Ze zegt niet dat ik gek ben, maar ik zie het haar denken. Vriendelijk bedank ik haar voor de moeite en leg uit dat het niet mijn gewoonte is meteen in de eerste winkel tot zaken te komen. Met een charmante lach schrijft Kimmy de namen van haar vijf grootste concurrenten op en voegt er vilein aan toe: ‘Ga maar eens kijken of die uw wensen voor minder dan tweehonderd dollar kunnen inwilligen. Of ga naar zo’n prutser en reis naar huis met een kostuum dat tijdens de tweede keer dragen uit elkaar valt.’
In mijn hotel hebben ze Be Be tailor aangeprezen. Internet had me al duidelijk gemaakt dat zo’n advies een van de bekendste aller scams is. Je hoeft in die kledingzaakjes niet eens je hotel te noemen, want dat stuurt meteen na aankomst een lijst met de namen van al hun gasten naar de tailors van wie zij commissie krijgen.
Maar Be Be it was. Of een ervan, want ze hebben drie filialen in dit gat. Weer is er een charmante Vietnamese die me warm begroet. Hay weet welke style bij mij past en laat met veel plezier alle stoffen uit de collectie passeren. Kasjmir, 100% wol – ze kent mijn smaak. Schat in dat blauw me goed zal staan, maar noemt die kleur niet meer zodra ze hoort dat ik er daar al zes van in de kast heb hangen.
Ook Hay is onverbiddelijk over de prijs. Ze blijft erbij lachen, maar daar klinkt zachte spot in door. Ik durf mijn 60 dollar niet eens meer te noemen. Als ik begin bij 150, pakt ze doodleuk de staal met stoffen die ik echt niet wil. Ze ziet het aan me. Als je een pak laat aanmeten, ga je voor het beste.
Ik ben als was in haar handen. Het vooruitzicht van een kostuum dat eindelijk weer eens perfect om mijn ranke lichaam valt is te verleidelijk. Lichtgrijze wol wordt het, in een design waar mijn favoriete Italiaan Etro (ja, die waar Máxima dat leuke jumpsuit kocht!) zich niet voor zou schamen.
Toch rest er wel iets van mijn onverzettelijkheid. Ik sla al haar bijna flirterige pogingen tot ‘upsell’ af. Nee, ik heb geen twee pakken nodig. Nee, ook geen extra broek. De kekke voering is bij de prijs inbegrepen.
Het meten zelf gaat in recordtempo. Met de hulp van een collega flitst Hay de centimeter langs mijn lijf en binnen een minuut weten ze alles om een paar uur later (!) het kostuum klaar te hebben voor de eerste pasbeurt.
‘And now the shirt,’ zegt Hay, en ik voel dat ze gelijk heeft. Als ze toch je maten hebben, hoort een op maat gemaakt overhemd er toch bij. Ook over een paar uur klaar. ‘Twee graag,’ hoor ik mezelf zeggen.
Dat was gisteren. Ik ben inmiddels twee keer wezen passen. De eerste keer was het resultaat zo verbluffend, dat ik snel nog een extra broek in
een prachtige lichte tint kasjmir heb besteld. De tweede keer moest Hay me bedwingen. ‘You leave tomorrow. Now it’s too late to order extra’s.’
Ik voel dat ze me nog wel wat dassen, pochets en manchetknopen gaat laten zien als ik straks mijn kleren voor de laatste keer ga passen. Hand made in Hoi An, ach wat voelt dat lekker.













Haha .. mooi verhaal .. genieten ….